Xenon  Hoofdstuk 1

1.

 

De avond viel en schilderde rode penseelstreken tegen de donker wordende lucht. Xenon liep met stevige tred naar zijn geliefkoosde gebied dat zich iets dieper in het bos bevond. Hij volgde het pad dat hij zelf gemaakt had doordat hij er iedere dag over wandelde.

Er was iets magisch aan het pad want telkens Xenon erover liep, verscheen er een soort glinstering die leek op een laagje water met heel veel heldere glittertjes erin. Zo helder dat het net leek alsof er miljoenen lichtjes in verschenen. Xenon vond het wel een beetje raar maar maakte zich er verder geen zorgen over. Hij liep gewoon verder tot hij op zijn plekje aankwam.

Dat plekje lag hoger dan de rest van het bos en eenmaal hij er was kon Xenon het hele gebied over schouwen. Hij ging dan met zijn benen gekruist zitten, bracht zichzelf tot rust en keek naar de vier bomen die het uitzicht markeerden.

Deze bomen waren hem de eerste keer dat hij hier kwam al opgevallen. Het was een kale, zanderige en vierkante plaats in het bos. Op één zijde van het vierkant stonden enkel die vier bomen en rondom die bomen was er enkel een klein beetje struikgewas zichtbaar. De ruimtes tussen de bomen leken wel immens grote  ramen waardoor je heel ver kon kijken. En telkens je keek, leek er een ander beeld te verschijnen.

Door het eerste raam zag hij in de verte twee bergtoppen die zo enorm hoog waren dat Xenon vroeg zich af of er wel ooit iemand zelfs maar één van die twee toppen had bereikt.

Door het tweede raam zag Xenon een enorm meer.

Door het derde raam zag hij het bos. Het was een vreemd bos want hij vond dat het er nogal doods uitzag. Xenon kreeg steeds een raar gevoel als hij naar dat bos daar beneden keek. Hij zag hoge zwarte bomen en geen spatje groen. Er viel geen enkele beweging te bespeuren. Hij vond dat het een plaats leek waar je niet voor je plezier naar toe zou willen gaan. Al was hij er toch wel een beetje nieuwsgierig naar.

En dan was er tenslotte nog het vierde raam.

Door dat vierde raam kon hij zijn dorp Zero zien liggen. Vanaf deze hoogte kon hij heel goed de torens van het dorp zien. Hij wist dat in die torens de wachters altijd op uitkijk stonden, heel waakzaam voor welk gevaar dan ook dat er zou kunnen dreigen.

Niet dat er zoveel gebeurde. Het was een stil, vredig dorp. Het waren enkel de legendes die van generatie op generatie werden doorgegeven, die ervoor zorgden dat de mensen waakzaam bleven. Xenon had er nog nooit enig bewijs van gezien maar zeker weten deed je natuurlijk nooit, vond hij.

 

Xenon werd elke dag weer naar deze plaats gelokt. Hij wist niet wie of wat hem ertoe aanzette om elke dag weer hier naartoe te gaan. Het was gewoon iets wat hij voelde dat hij moest doen.

Meestal genoot hij enkele uren van het uitzicht en de rust en ging dan weer naar zijn dorp toe.

Maar die dag, ... die bewuste dag was anders.

Hij had het gevoel dat er iets stond te gebeuren en hij zat daarom wat onrustig op zijn steen heen en weer te schuifelen.

Plots trok iets zijn aandacht.

Xenon keek naar het meer en zijn blik bleef erop hangen. Als verstijfd staarde hij naar het blinkende wateroppervlak. Zijn hart sloeg op hol. Er leek iets uit het meer te komen. Het was te ver om goed te zien wat. Het leek een cirkel maar hij was niet zeker. Een ding wist hij wel: wat er ook uit het water kwam werd groter en groter.

Het kwam dichterbij. Het licht werd feller en hij kon nu al een vorm onderscheiden. Het was geen cirkel, het was een gestalte, een persoon en die leek wel zijn richting uit te komen…

Hij wist niet wat hij moest doen. Moest hij maken dat hij wegkwam of kon hij blijven waar hij was? Eigenlijk wilde hij wel wegrennen maar het leek alsof hij aan de grond genageld was.

De gestalte had het hoogste punt in de hemel bereikt en begon vervolgens aan een afdaling die haar regelrecht naar Xenon leek te leiden. Tegelijkertijd werd ze opnieuw kleiner en kleiner. Ze stopte op een paar meters bij hem vandaan. Xenon staarde haar vol verbazing aan. Het was een vrouw.

Xenon bleef verbaasd en verdwaasd naar haar kijken. Er kwam geen enkele klank uit zijn mond.

Één ding viel hem wel op. De vrouwengedaante glinsterde al net zo mooi als het pad waarover hij elke dag liep. Ze droeg een lichtgroene cape die enkel haar gelaat zichtbaar liet.

Ze kwam recht voor hem staan en keek hem heel indringend aan.

Xenon voelde zich een beetje angstig maar hoopte tegelijkertijd dat ze niet weer zou verdwijnen. Vanaf het moment dat hij haar zag wist hij dat hij haar altijd zou blijven zoeken. Het was alsof ze hem met die de eerste blik betoverd had. Hij voelde zich warm worden van binnen. Hij kon het gevoel niet thuis brengen. Maar het was een prettig gevoel dat hij niet meer zou willen missen. Terwijl hij bedacht wat hij zou doen, sprak de vrouw hem aan.

Ze keek hem recht in de ogen en noemde zijn naam.

“Xenon,” zei ze zacht. “Ik ben Emma en ik ben blij je eindelijk te mogen ontmoeten. Ik heb lange tijd op je gewacht.”

“Op mij?” vroeg Xenon verbaasd.

De vrouw die zich Emma noemde, knikte.

“Ja, jij bent de persoon die wij de verlosser van Albegron noemen. We wisten dat je zou komen maar we wisten niet precies wanneer.  Het stond wel vast dat het op deze plaats zou zijn. Jij bent de uitverkorene en ik hoop dat je klaar bent om je taak te aanvaarden en aan je reis te beginnen."

Xenon keek nogal verwonderd en de vrouw die zich Emma noemde glimlachte.

“Zonder het te weten, deel je een geheim met mijn volk. Jij bent de uitverkorene, de enige die de vloek kan verbreken die op ons rust en ervoor kan zorgen dat mijn volk opnieuw een toekomst krijgt. Help ons terug te krijgen wat we verloren hebben. Ons lot ligt in jouw handen.”

Emma zweeg even en keek Xenon aan voor ze opnieuw begon te praten.

“Het zal veel van je vergen om alle obstakels te overwinnen,” zei ze. “Je zal moed, doorzettingsvermogen en kracht nodig hebben om alles tot een goed einde te brengen. Je moet de schat van Albegron terug winnen en dat zal een hele queeste worden. Weet dat het Kwade op de loer ligt en dat je het steeds één stap voor zal moeten blijven. Ik heb enkele dingen voor je bewaard. Ze zijn al jaren in mijn bezit. Dingen die ik je nu kan overhandigen. Ik kreeg ze lang geleden van Demor, de oude wijze man uit Albegron. Hij was diegene die ons vertelde over de uitverkorene. Hij wilde dat je deze dingen zou krijgen omdat je ze nodig zal hebben om ons te redden. Om je lot te vervullen. Ik moet je die voorwerpen geven uit naam van ons volk en Demor zei dat je een moet worden met hen.”

Opnieuw zweeg Emma en keek ze Xenon met een indringende blik aan.

Die staarde haar terug aan alsof ze en goddelijke verschijning was. En in feite was ze dat ook een beetje. Ze was zo mooi als een godin. Hij verdronk in haar ogen. Hier zou hij voor altijd willen blijven.

“Als eerste geef ik je het zwaard van Mador,” zei Emma en haalde hem terug uit zijn dromen. “Dit zwaard heeft magische krachten. De precieze eigenschappen zal je ontdekken op je reis. Als tweede geef ik je deze koker met daarin een oude kaart die eeuwen geleden werd opgetekend in het rijk van Mador. De kaart werd generatie op generatie doorgegeven. Demor, de laatste wijze van Albegron, kon ze nog net aan mij doorgeven voor het kwade ons opnieuw overviel. Hij drukte me op het hart de kaart door te geven aan de uitverkorene want die zou ze als enige kunnen ontcijferen omdat hij de laatste afstammeling van Mador zou zijn.”

“Ik?” vroeg Xenon en Emma knikte.

“Jij,” zei ze eenvoudig en ging toen verder met haar verhaal.

“Het derde voorwerp dat ik je geef is een tas met vier flesjes. Ook deze zijn van Demor afkomstig. Elk flesje bevat een magische kracht die je kan ontsluiten door de juiste spreuk te gebruiken. Je krijgt een opgave bij iedere spreuk. Die moet je ontcijferen en mag je enkel en alleen gebruiken op de juiste plaats en het juiste tijdstip. Welke tijdstippen dat zijn, zal je aanvoelen. Het vierde en laatste ding is een cape die je onzichtbaar maakt door het woord ‘GOR’ uit te spreken. Met deze vier dingen kan je de tocht aanvatten en hopelijk tot een goed einde brengen. Je tocht begint morgen op deze plek. Ga nu en neem afscheid van je dorp en kom morgen hier terug als de Verkorene van Albegron. Bereid je voor op je toekomst, Xenon. Ik zal je zoveel mogelijk trachten bij te staan en mijn schaduw zal één van je bondgenoten zijn. Vertrouw mij zoals ik jou vertrouw en laat onze zielen één worden. Geef nooit op en wees een moedige krijger. Weet dat het leven van mijn volk in jouw handen rust. Geef ons terug wat van ons werd gestolen en verbreek de vloek”

Emma keek hem nog even aan en verdween zo snel als ze gekomen was, terug in het meer.

Xenon keek haar zo lang mogelijk na. Hij tuurde wel een kwartier naar het water van het meer. Toen vroeg hij zich af of hij niet gedroomd had. Maar die Emma was heel erg écht geweest. De Verkozene. Hij?! Toen vroeg hij zich plotseling af of hij haar ooit nog zou terug zien. Hij wilde haar per se terug zien. En hij wist wat hij daarvoor moest doen: de opdracht die ze hem had gegeven tot een goed einde brengen. Hij nam de dingen die ze hem had bezorgd en vertrok in de richting van het dorp.

Hij had nog één dag om voorbereidingen te treffen en hij besloot te beginnen met de oude kaart. Die zou hij moeten bestuderen en pas daarna zou hij de andere spullen kunnen onderzoeken.

Nadat hij de kaart zorgvuldig had bekeken, pakte hij het zwaard beet. Het gaf hem een gevoel dat hij nog niet kende. Het zwaard voelde in zijn hand alsof het hem iets wilde vertellen, alsof het deel uitmaakte van zijn lichaam. Hij voelde zich meteen een echte krijger. Xenon de onsterfelijke, dat was hij.

Hij legde het zwaard weer neer en keek terug naar de kaart. De kaart van Mador. Volgens Emma had Demor gezegd dat Xenon de kaart zou kunnen lezen maar tot op dat moment was er nog niets dat daar op duidde.

Demor, dacht hij. De naam klonk bekend genoeg maar hij herinnerde zich absoluut niet waar hij die eerder had gehoord. Het bleef door zijn gedachten spoken en hij vermoedde dat het hem vroeg of laat wel zou te binnenschieten.

Hij bleef naar de kaart staren en zag de vier bomen en het meer. Ook de twee bergtoppen waren duidelijk te zien. Maar de rest was een raadsel. Er stonden zo veel dingen op die kaart die hij niet kon thuisbrengen. Hij zag wegen om te volgen, zelfs zijn dorp had een plaats op de oude kaart. Het hield geen steek maar het had geen zin om daarover te piekeren. Hij wist waar hij de volgende dag zou moeten vertrekken en voorlopig was dat voldoende. De rest zou zichzelf wel uitwijzen. Als hij Emma maar terug zou zien.

Hij legde de kaart opzij en begon de andere spullen te bestuderen.      

Hij nam het tasje met de vier flesjes. Op elk flesje stond een spreuk die hij zou moeten ontcijferen om ze te gebruiken als hij ze nodig had. Maar hoe moest je zoiets ontcijferen? 

Op het eerste flesje stond: “ALS HET GEVAAR TE GROOT IS, KAN ALLEEN DE DOORGANG JE REDDING ZIJN”

Op het tweede flesje las hij: “ HET WATER STAAT STIL ALS TIJD JE REISGENOOT WORDT”

De tekst op het derde flesje ging als volgt: “ALLE WONDEN WORDEN GEHEELD ALS HET LOT HET OVER NEEMT”

En tenslotte op het vierde flesje: “AANSCHOUW DE KRACHT TOT HET EINDE VAN HET DOEL”

Hij begreep er niets van en zou dus moeten afwachten. Hij hoopte maar dat alles tijdens de reis zou duidelijk worden.

Als laatste nam hij de cape in zijn handen. Voor hem was die het meest interessant van de vier. Onzichtbaar worden. Dat had wel iets. Hij wilde het meteen uitproberen,  ging voor de spiegel staan, sloeg de cape om, zei “ Gor” en ... zag niets meer. Zijn spiegelbeeld was verdwenen.

“Wauw,” dacht Xenon. “Ik ben precies onzichtbaar.”

Toch wilde hij bevestiging. Hij liep naar buiten en vroeg zich af of de mensen hem zouden aanspreken. Dat deden ze niet. Hij liep rakelings langs een aantal dorpsgenoten maar ze merkten het niet. Hij voelde zich geweldig en vroeg zich af of ze hem zouden horen. Heel zachtjes zei hij: “Hallo” en onmiddellijk draaide een man zijn hoofd om.

“Wie is daar?” vroeg die man.

Xenon bewoog niet en zweeg. Hij stond versteld. Het werkte echt. Hij liep terug naar zijn huisje en zei opnieuw: “Gor” en zag zichzelf in de spiegel verschijnen. Het was ongelooflijk.

Hij dacht aan wat Emma gezegd had.

Zou hij echt de uitverkorene zijn die haar volk kon redden? Het moest wel. Hij kneep even in zijn arm en voelde pijn. Het was dus geen droom. Maar wie was haar volk? En waar leefde het? En wat had die vloek te betekenen? Zoveel vragen …

Met gemengde gevoelens ging hij naar bed. Hij bleef aan Emma denken. Hij kreeg weer dat warme gevoel. Maar tegelijkertijd was hij er toch niet zo gerust in.

Zou ze bij hem zijn? Ze had gezegd van wel en hij hoopte dat ze op dat moment ook al een beetje bij hem was en hem kon horen.

“Tot morgen, Emma,” fluisterde Xenon stil. “Ik ga mijn best doen om dit tot een goed einde te brengen. Dat beloof ik je.

UA-100687733-1