NBD Biblion (bibliotheken Nederland) 

In 1969 start een piepjonge professor zijn academische carrière aan de gloednieuwe universiteit van Belgisch Limburg. Mei ’68 zindert nog na, het onderwijs zoekt nieuwe structuren en procedures en in de internationale politiek viert de Koude Oorlog hoogtij. De auteur (1941, emeritus hoogleraar) vertelt in dit autobiografisch relaas hoe hij zijn eigen plek zoekt in dit alles en hoe hij in de kantlijn ervan betrokken geraakt in een affaire waarin zowel de Amerikaanse CIA als de Russische KGB ook in zijn eigen bestaan dreigend nabij komen.

Het boek is een los te lezen vervolg op het eerder verschenen ‘1950: mijn oom Kamiel’. Hoewel het boek duidelijk gesitueerd is in het Vlaamse academische milieu van die jaren, is het ook voor Nederlandse buitenstanders interessant, precies omwille van dit tijdsbeeld en de politieke intrige.

Manu Manderveld voor NBD Biblion

Mao´sme & broosheid van menselijke relaties 

Jelena intrigeerde me al vanaf het moment dat ik het boek op mijn nachttafel had gelegd. Bij het slapengaan heb ik de titelpagina vaak bekeken en de naam Jelena en de fraaie afbeelding trokken telkens mijn aandacht. De waas die erover hangt is nu een beetje opgetrokken maar zeker niet helemaal.

Het verhaal is zo meeslepend en de kadans van de hoofdstukken zo verslavend dat ik het boek in één ruk heb uitgelezen. Ik had het gevoel dat het meer script is dan boek, een meesterwerk waarvan Woestijnvis een prachtige mini-serie in drie afleveringen zou kunnen maken. Vanaf het eerste contact met Jelena in Amsterdam tot de epiloog in Jalta krijgt Jelena scherpere contouren. Vanaf wat er gebeurde op de laatste zaterdag van juni 1963 tot de doopvont in de kapel van Sint-Jans - ja in die omgekeerde volgorde - geef je ook veel prijs van jezelf. Je les (improvisatie?) over het maoïsme tijdens de stakingsmeeting en in het bijzonder die lange paragraaf op blz. 134 klinken als muziek in de oren. Indrukwekkend. Naarmate het script vordert en Dr. Cohen meer in beeld komt, krijgt het script een grote vaart en rijst de spanning ten top. Jelena, een zekere Yvan en Cohen trekken lijnen door het verhaal en de broosheid van menselijke relaties klinken daarin zwaar door. Ik heb er met volle teugen van genoten, van de eerste tot de laatste bladzijde.

 

Prof. dr. H.M.

1969, het Jaar van Jelena 

 Beste Yvan,

ik ben met plezier uw boekje aan het lezen en ik moet zeggen dat het als opvolger van Oom kamiel best de moeite van het lezen waard is. Ik hoop tegen het weekend er iets over te schrijven, want ik denk dat het, om Karel van het Reve te spreken, vele elementen van een goed boek geeft en het dan nog eens waar weet te maken ook. De verwijzingen lijken soms actueler dan we vandaag zouden denken.

vriendelijke groet,

Bart Haers 

Beste Yvan,

 Ik heb enkele weken geleden je boek in ieder geval gekocht en heb het ondertussen met veel plezier uitgelezen. Ik vond het onderhoudend en spannend. Regelmatig heb ik mij afgevraagd wat feit en fictie was - uiteraard een beetje een misvorming van een historicus.

Prof. dr. Guido Marnef

Universiteit Antwerpen - Departement Geschiedenis

Els Witte: 8 redenen om Jelena te lezen

 

Acht redenen om  “1969, het Jaar van Jelena”te lezen

Door prof. dr. Els Witte, ererector VUB

 

Nadat ik al een biografische schets voor hem maakte ter gelegenheid van zijn emeritaat, doet Yvan me nu de eer  aan me te vragen om zijn boek over het jaar 1969  te willen presenteren. De vraag roept  op haar beurt bij mij  een vraag  op. Yvans boek behoort immers tot een heel bijzonder genre. Helemaal niet gebruikelijk voor de historicus van doorwrochte studies zoals Yvan die tijdens zijn academische loopbaan heeft geschreven. En ook geen gebruikelijk genre in Vlaanderen. Waarom legt hij er zich op  toe ? Ik denk een aantal antwoorden gevonden te hebben. Maar ik weet niet of Yvan  het er wel mee eens is. Ik waag het er toch maar op de acht punten die ik vond op een rij te zetten.

 

1.In de eerste plaats doet hij het omdat hij het kan : een goed opgebouwd, spannend  verhaal schrijven, dat bovendien heel vlot leest en ook goed geschreven is. In zijn Mijn Oom Kamiel hebben we dat ook al kunnen merken. Daar staat op de achterflap dat hij een meesterverteller is en dat is meer dan enkel maar een publicitaire aankondiging. Het jaar van Jelena  is  op dat vlak even, zoniet nog meer geslaagd. De spanning is naar het einde toe opgedreven en de korte hoofdstukken zorgen ervoor dat de lezer geboeid  verder  wil gaan. Zijn Oom Kamiel was een mengeling van veel ontroerende eigen herinneringen en een spannend verhaal dat er doorheen liep. In Het jaar van Jelena is het verhaal niet ondergeschikt aan de autobiografische stukken, maar vloeien ze beide in elkaar over en vormen ze  één harmonisch geheel.

2. Dat hij niet aan zijn proefstuk is, speelt- denk ik - eveneens mee. Zijn Oom Kamiel heeft heel wat succes gekend en ook voordien waagde hij zich al  aan het genre, met De Burgemeester van B. Daarin schreef hij politieke satire en verwerkte daarin al zijn ergernis over het toen nog zeer sterk verzuilde Vlaanderen, met zijn even sterke politieke formaties, die weinig inspraak duldden. In Het jaar van Jelena experimenteert hij dus opnieuw met succes met het genre.

3. Dit genre boeit hem wellicht ook  omdat het  hem toelaat - en dit onderwerp in het bijzonder -  de Koude Oorlogsperiode in de verf te zetten, een onderwerp dat hij uitstekend kent. Onderzoek voor deze historische roman moet hij dus niet meer  doen. Het is gekende stof voor hem.Yvan is immers de kenner bij uitstek van de Koude Oorlog. Toen niemand in België er zich aan waagde om deze periode met een streven naar objectiviteit te analyseren – de ideologie beïnvloedde ook het denken van de wetenschappers aan beide zijden van de barrière – deed Yvan dat wel. Hij werd in 1987 de auteur van een veel besproken boek dat ondertussen al vele heruitgaven heeft gekend en in meerdere talen is vertaald.

4.. Yvan houdt ervan, zoals vele historici, om  te demystifiëren, waarheden te onthullen, en  ontluisterende analyses te schrijven. Daartoe leent het genre zich ook goed.

 Ik denk aan het hoofdstuk over de maoïsten. Schitterend is de manier waarop hij deze groep analyseert. (p.119).

 Ik denk ook aan het verhaal van de CIA- en KGB-agenten die zeer centraal staan in dit boek. Er is ondertussen al heel wat literatuur over verschenen en er zijn al tal van interessante analyses over de rol van de ambassades en culturele diensten. In Yvans roman komen die boeken en die artikels tot leven in de personen van de Dr. Cohen en Jelena's geliefde Andrej.

Yvan laat ook zien hoe Vlaaamse intellectuelen door de CIA gestrikt werden met verzorgde ontvangsten en recepties en   aantrekkelijke academische reizen naar Amerika, in ruil waarvoor ze begrip moesten hebben voor het Amerikaanse imperialisme.

5. Het genre stelt hem in staat de mentaliteit van een bepaalde periode weer te geven.

Daar duikt de historicus weer op. En ook daar is Yvan heel goed in. Al in zijn doctoraat over het politieke Brugge in de late 18de eeuw laat hij zien dat culturele en mentaliteitsgeschiedenis een wezenlijk onderdeel  van de geschiedenis is. In Mijn Oom Kamiel evokeert hij schitterend  het klerikale Brugge van 1950. Nu is, zeker  voor wie het heeft meegemaakt, de periode 68-70 heel herkenbaar. Met veel ironie wordt de periode beschreven, maar niet met sarcasme. Een karikatuur maakt hij er niet van.Toch nog een beetje het heimwee van een  68-er, Yvan ?

6. Yvan houdt ervan met veel humor kritiek uit te brengen op zijn omgeving, en vooral   op de gevestigde waarden van de samenleving waarin hij functioneert.

Zo legt hij in de eerste plaats  zijn eigen biotoop onder een vlijmscherp ontleedmes. Er zijn natuurlijk auteurs die er een hoofdgegeven  van maken, zoals  Hermans in  Onder Professoren , of Voskuyl in Het Bureau. Zo ver gaat  Yvan niet, maar er zijn genoeg stukken die er nauw bij aansluiten. Zo heb ik veel plezier gehad bij Yvans beschrijvingen van het optreden van de Limburgse rector. Ook het doen en laten van de  gewichtig doende Leuvense professor Internationale Betrekkingen is meesterlijk neergezet. Soms gaat het maar om een paar treffende zinnen. Zoals de manier waarop hij de verhouding prof-assistent betitelt : slaafjes noemt hij hen. Of de zin waarmee hij de toenmalige opleiding communicatiewetenschappen neersabelt. Of zijn kritische beschrijving van het deliberatiesysteem.

Heel uitvoerig zet hij de Rogers-discipelen neer. Dat zijn bijzonder geestige bladzijden  geworden, waarin hij beschrijft hoe de deelnemers aan de sessies zich urenlang over elkaars relatieproblemen buigen, onder het participerend oog van de prof. Yvan zelf  speelt de afstandelijke observator die alles met veel scepsis gade slaat en ons achter de schermen laat kijken.

7. Yvan beleeft er  kennelijk  plezier aan om autobiografisch bezig te zijn. Maar in een verhulde vorm. Hij verwerkt deze stukken in zijn verhaal, of neen, ze lopen veeleer als een rode raad door heel het verhaal. Om niet al te herkenbaar te zijn vervormt hij de personnages : elementen van de ene vindt men terug bij de andere en vice versa, de socialistische partij wordt de liberale, etc.Voor wie Yvan zo lang kent, als ik, - we studeerden samen in Gent- zijn er zelfs heel veel aanknopingspunten en het lukt  vrij aardig om te ontdekken wie wie is. Het boek is dus een sleutelroman en ook om die reden is het  spannend voor wie het milieu wat kent.

8. In de epiloog  geeft hij ons dan weer de volgende hint over zijn bedoelingen. Op de vraag van een hoofdpersonnage of hij een nieuw boek gaat schrijven, antwoordt hij : “Ik denk eraan opnieuw een autobiografisch boek te schrijven over het academiejaar 1969-1970. Zoals je weet doe ik dat in de eerste plaats voor mijn kinderen en voor Véronique”. Hij wil  zijn kinderen en kleinkinderen maar ook ons een beeld van zichzelf  meegeven. Welk beeld is dat ? Of liever welk beeld heb ik opgevangen ?

- Het beeld  van een prof die heel graag heeft les gegeven. Of zoals hij het zelf op p. 24 heel mooi neerschrijft (Ik lees nogmaals voor)

- Hij wil dat hij als auteur van de Brugse Jacobijnen niet vergeten wordt. Dat hij in de historische wereld daarom bekend is, vernemen we op een subtiele manier. Terecht, want het is een belangrijk boek, dat toen het verscheen ook heel modern was, zowel wat de benadering als wat het onderwerp betrof.

- Hij wil erkend worden  om zijn pionierswerk over de Koude Oorlog. Dat gegeven staat heel centraal in dit boek. Ook volkomen terecht, maar daar stond ik al bij stil.

-  Hij wil zich ook laten kennen  als een overtuigde flamingant.Hij laat zelfs een verfranste aristocraat alle begrip hebben voor de Vlaamse kwestie.

-  Maar bovenal laat dit boek zien dat Yvan een Vlaamse romanticus is, met heel wat anarchistische trekjes, die zich heel vrijgevochten opstelt en dit   met veel humor en zonder zich te veel au sérieux te nemen, in dit semi-autobiografische boek aan bod laat komen. Kortom, een sympathieke auteur.

Els Witte

Brussel, 2 oktober 2012.

 

 

 

 

UA-100687733-1